Wettelijke kaders

De wettelijke regels voor de beroepspraktijkvorming (bpv) in het mbo zijn vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). De bpv is een verplicht onderdeel van iedere mbo-opleiding. Tijdens de bpv doe je praktijkervaring op bij een leerbedrijf.

Je mag pas starten met de bpv als er een praktijkovereenkomst is afgesloten tussen jou, het leerbedrijf en de onderwijsinstelling. In deze overeenkomst staan onder andere de start- en einddatum van de bpv en het aantal te volgen praktijkuren. De praktijkovereenkomst moet volledig ondertekend zijn en aanwezig zijn bij de onderwijsinstelling. Bpv kan alleen gevolgd worden bij een door SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) erkend leerbedrijf. Het mbo-diploma kan pas worden behaald als de bpv met minimaal een voldoende is afgesloten.

De bpv-overeenkomst

De bpv-overeenkomst is een schriftelijk contract waarin de afspraken tussen jou, het leerbedrijf en school zijn vastgelegd. Pas nadat de bpv-overeenkomst door alle partijen is getekend is de bpv officieel en gelden de gemaakte bpv-uren.

SBB

De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs bedrijfsleven (SBB) geeft erkenningen af voor leerbedrijven. Als een leerbedrijf door SBB erkend is, betekent dit dat het bedrijf voldoet aan bepaalde voorwaarden waardoor dit bedrijf geschikt is als bpv-leerbedrijf. Meer informatie hierover vind je op de website www.s-bb.nl.

Vergoedingen

Alle studenten krijgen een onkostenvergoeding die ten minste alle kosten dekt die een student moet maken om stage te kunnen lopen bij een bedrijf. Bijvoorbeeld voor extra reiskosten, een VOG, materiaal of kleding. Naast de onkostenvergoeding maken werkgevers afspraken over het geven van een passende stagevergoeding voor studenten. In veel gevallen is dit in de CAO vastgelegd.

Bbl-studenten krijgen naast een onkostenvergoeding een arbeidscontract en loon dat voldoet aan de wettelijk vastgestelde bedragen.